Al sinds 1985 voeren studenten en docenten van de opleiding GLTC met enige regelmaat klassieke toneelstukken op. Onderstaande teksten zijn een bewerking van de #throwbackthursdays, die in 2017 op de Klassieke-Talenfacebookpagina verschenen.

198519881990199620012005
200820102012201420162018

1985 – Aristophanes’ Kikkers

Poster van Aristophanes’ Kikkers

In 1984 voerde de sectie Klassieken in Groningen het saterspel ‘de Cycloop’ van Euripides op. Dit zorgde bij Peter Stork, universitair docent Grieks en zelf oudstudent uit Groningen, voor enige irritatie: waarom kan in Groningen wèl, wat in Leiden blijkbaar niet kan?

Dat lieten zijn studenten zich natuurlijk niet zomaar over zich heen komen. Nog voor het zomerreces was er een ‘ambitieus, doch zeker realiseerbaar plan’ bedacht: de opvoering van Aristophanes’ komedie ‘De Kikkers’. Het enthousiasme was groot. In de zomer werd het stuk door een groot aantal studenten vertaald en in het volgende collegejaar werden er gerepeteerd, kostuums en decor gemaakt en muziek geschreven.

De première vond plaats op 3 april 1985 en was volkomen uitverkocht. Voor de Frons (jaargang 5:5) schreef Edu van Berkel een recensie van het stuk:
‘Een persoonlijke impressie: Na een wat statisch begin, waarbij de hoofdrolspelers Dionysos (Hans Paanakker) en Xanthias (Jacqueline Kuijpers) wat doelloos om elkaar heen draaiden en het publiek de smaak nog te pakken moest krijgen, buitelde weldra de ene grap over de andere. Schitterend was de scène met de opblaasboot, waarin een stuntelende Dionysos voor twee strippen door een norse Charon (Robert Brinkema) richting ‘relax-centra’ vervoerd werd. (…)
Laat ik besluiten met en citaatje uit de recensie van Dick van Teylingen in de Leidse Courant van 4 april, dat niet alleen de uitvoering, maar ook de spelers aardig karakteriseert: “De classici hebben er een spontane, levendige voorstelling van gemaakt, waar het spelplezier van afdruipt”.’

1988 – Aristophanes’ Archanenses
De opvoeringen van de Vogels waren zo’n groot succes, dat twee jaar later besloten werd om nog een komedie op te voeren. Een commissie werd gevormd, bestaande uit Dorien Beurskens, Frans Blom, Inge Huijding, Germaine Smulders, Tanja Verhey en Lidewey de Vries, en een stuk werd gekozen: de Archanenses van Aristophanes. Het stuk was wederom van begin tot eind een studentenproductie: negen studenten hadden de tekst vertaald, Florence Fabricotti was verantwoordelijk voor de muziek en de regie kwam in handen van Michel Buijs.

Dorien Beurskens als Amphiteos en Jacqeline Kuijpers
als Dikaiopolis

De première vond plaats op 5 mei 1988 in het LAK-theater en wederom was er een reporter van de Frons, Petra Kalshoven, aanwezig om het stuk te recenseren (Frons 8:5):
‘In een opeenvolging van korte scènes kreeg de komedie de lachers op haar hand. Dorien Beurskens maakte furore in haar rol van Amphiteos, uitgedost als een verdwaasd engeltje dat belast werd met het versieren van een privé-vredesverdrag voor Dikaiopolis. Ilja Pfeiffer overtuigde als Perzische gezant, ontspannen achterover geleund in zijn van een teil vervaardigde draagstoel. De broertje Bardoul hadden in een baseball-uitmonstering geen moeite met hun Vandalenrol. (…)
Het enthousiasme van de spelers was direct uit hun levendige spel af te lezen. Het grote aantal eerste- en tweedejaars dat zich onder hen bevond stemde mij meer dan hoopvol dat de traditie (mag ik het al zo noemen?) die drie jaar geleden met de opvoering van de Kikkers werd ingezet en nu zo’n meer dan waardige opvolging kreeg in de Acharnenses, zonder al te lang wachten zal worden voortgezet!’

1990 – Aristophanes’ Ploutos

Het koor: Frans Blom,
Klazinus van de Rotte, Nicole Roskam en Cecile Gieben

Petra Kalshovens hoopvolle voorspelling, bleek al snel waarheid te worden. In 1989 werd voor de derdemaal een commissie gevormd, ditmaal bestaande uit Caroline Bik, Astrid Herremans en Corinna Vermeulen, die in de Junifrons van 1989 meedeelde dat op in mei 1990 Aristophanes’ Ploutos opgevoerd zou worden: ‘De vonk is overgeslagen. Wat zich, ongeveer en maand geleden tijdens de colleges ‘Geïntegreerde Activiteit’, slechts als jeuk in de handen had kenbaar gemaakt, is omgezet in en heuse, creatieve zekerheid.’ Regie was in handen van Dorien Beurskens, terwijl wederom Florence Fabbricotti, in samenwerking met Richard van Dijk en Wouter Kool, verantwoordelijk was voor de muziek.

Na de première op 4 mei 1990 volgde natuurlijk ook de inmiddels traditionele recensie in de Frons (10:5):
‘Dorien Beurskens heeft deze geldbewuste komedie in en inventief vaatje gegoten. Het stuk begint met een bankdirecteur. Wanneer die wat al te zenuwachtig is geworden door de nare situatie dat in zijn ene oor iemand met zijn laatste kwartje om financiële hulp smeekt en in zijn andere oor de beursberichten getoeterd worden, stort hij neer ter computertoetsenbord en krijgt een droom. (Twéé telefoons? Overdaad schaadt!) De droom is Aristophanes’ Ploutos, waarin hijzelf Rijkdom is. (Inge Huijding speelde beide rollen voortreffelijk zwaar op de hand en drenzerig. Leuk!) Als hij weer bijkomt wordt ‘de ring gesloten’, zoals classici dat zo graag en gretig zien, en komt de bankdirecteur tot hetzelfde inzicht als Rijkdom: dat hij enorm veel macht heeft.’

1996 – Aristophanes’ Lysistrata
Na de opvoering van de Ploutos leek er plotseling een einde te komen aan de toneeltraditie. Aan pogingen ontbrak het niet: begin 1992 waren er plannen om in 1993 Aristophanes’ Vrouwenparlement op te voeren, maar het lijkt nooit tot repetities gekomen te zijn. In april 1993 werd er nog een poging gedaan om een productie, waarvan de voorstelling zouden plaatsvinden in juni 1994, op poten te zetten, maar ook dit lijkt geen succes te zijn geweest.

De Griekse vrouwen leggen de eed af

Eind 1994/begin 1995 deden Mariëlle van der Beek, Henrike Florusbosch en Welmoet Wels een derde poging: zij hadden het plan om in het voorjaar van 1996 de Lysistrata van Aristophanes op te voeren. Deze poging had wel succes: op 1 en 2 mei 1996 vonden er voorstellingen plaats in het LAK-theater, waarna er nog een kleine tour werd gemaakt langs vier middelbare scholen in de regio.

Het stuk werd door Robert Langelaan in de Frons (16:3) gerecenseerd:
“Tweeduizendjaar geleden was de sleutel tot succes ook al bekend: seks seks seks. Dit bleek weer eens bij de opvoering van de Lysistrata, een stuk van de succesvolle komediedichter Aristophanes. (…) Met haar krantje zat Kalonike (Vera van Karsen) rustig aan haar ontbijt/lunch/diner, toen Lysistrata (Hannah ‘ik doe het voor de leuk’ Groos) buiten zichzelf kwam binnenstormen, en in het Grieks haar seksegenoten kwam uitkafferen. Voor de debielen onder ons werd er vanuit de zaal verzocht om de rest van het stuk in het Nederlands te spelen, en aan dat verzoek werd tot mijn stomme verbazing gehoor gegeven. (…) Maar- goed, de plannen voor de seksstaking werden gesmeed, en vrouwen uit heel Hellas deden eraan mee, hoe moeilijk ze het er ook mee hadden.”

2001 – Euripides’ Alkestis

Wilbert van Dijk als Herakles

Ook na de Lysistrata duurde het een aantal jaar voordat er weer een nieuwe productie werd gestart. Het was wederom de heer Stork die het toneelballetje aan het rollen bracht: tijdens het tweedejaarsblok komedie werden de eerste plannen voor een nieuw toneelstuk gemaakt. Lisette Middelburg, Janneke de Vlas en Maureen van Hee vormden een commissie en kozen een stuk: de tragikomedie Alkestis van Euripides, oorspronkelijk waarschijnlijk opgevoerd als saterspel. In de zomer werd het stuk vertaald en werd een script in elkaar gezet.

Hoewel voor het zomerreces verschillende studenten hadden aangegeven dat zij graag in het stuk wilden meespelen, bleek dit enthousiasme na het zomerreces plots een stuk minder. Gelukkig bleken verschillende geschiedenisstudenten meer dan bereid om de gaten op te vullen. Eind mei vonden de opvoeringen plaats. De belangrijkste rol in het stuk, Thanatos, werd vervuld door Wilbert van Dijk, die tevens Herakles speelde. Over zijn rol schreef Michel Buijs in zijn recensie van de Alkestis in de Frons (21:3):
“Zonder de aanwezigheid van Wilbert van Dijk (Herakles én Thanatos) in de cast zou het de prestaties van de overige acteurs aan reliëf ontbreken. (…)Prachtige koorpassages op muziek van Tazuko van Berkel en Edwin de Sterke, bewogen (Carolien Trieschnigg) of oprecht ontdane (Anke Kusters) dienaressen, een ingetogen Alkestis (Catharina de Bakker), een radeloze Admetos (Roland van Geest) en een heerlijk bevlogen vader Pheres (Jaap Smit) ten spijt: het blijft de voorstelling van Thanatos en Herakles, en daarmee die van Wilbert van Dijk.”

2005 – Aristophanes’ Vogels

De cast en crew van Aristophanes’ Vogels

“De Prometheus van Michel den Uijl doet met zijn pijp toch wel heel sterk denken aan de man met de vogelnaam aan wie de Leidse opleiding zijn opvoeringstraditie te danken heft. Na de legendarische Kikkers, de succesvolle Acharnenses, de wellicht niet zo heel beste Ploutos, de onvergetelijke Lysistrata, en het uitstapje naar de Alkestis waarin hijzelf zelfs acte de présence gaf, zingt het snaveloor in deze vermakelijke Vogels terecht: ‘Wat zijn wij zonder Stork…’”

Aldus Michel Buijs in zijn recensie van De Vogels in de Frons (25:3). Ook bij de totstandkoming van de Vogels had Peter Stork, die hetzelfde jaar met pensioen zou gaan, een grote rol gespeeld. In het herinneringsboek dat na de voorstellingen werd uitgegeven, blikte Myrthe Bartels terug op het allereerste begin:
“ ‘Eigenlijk zou dat weer eens moeten gebeuren hè.’ Daarmee begon het. Vanaf het einde van het zomerreces dat volgde op mijn eerste jaar (2001/2002), las ik één keer in de week Grieks met Stork. (…) Het was tijdens deze wekelijkse leesuurtjes dat Stork voornoemde opmerking maakte.”
Het zou echter nog een paar jaar duren voordat er een daadwerkelijk begin werd gemaakt met de productie van de Vogels. Myrthe Bartels vormde eind 2003 met Miriam Vallinga en Daniël Bartelds een commissie en werd een stuk gekozen: de Vogels. De opvoeringen zouden uiteindelijk plaatsvinden op 26 mei en 2 juni 2005 plaatsvinden.

2008 – Aristophanes’ Vrouwenfestival
Op 9 en 10 mei 2008 vonden de opvoeringen plaats van Aristophanes’ Vrouwenfestival. Achteraf gezien het begin en het einde van toneeltradities. Het was het begin van nieuwe traditie, omdat met het Vrouwenfestival Christoph Pieper zijn entree maakte binnen het opleidingstoneel van Klassieke Talen als regisseur. Na het Vrouwenfestival zou Christoph Pieper nog drie toneelstukken regisseren. Tegelijkertijd kwam met het Vrouwenfestival ook een (voorlopig) einde aan de komedietraditie binnen de opleiding: de vijf stukken die na het Vrouwenfestival zouden volgen, waren allen tragedies.

Aristophanes’ Vrouwenfestival

Wellicht een van de redenen dat na het Vrouwenfestival met name voor tragedies werd gekozen, is de tijd die in een goede vertaling gestoken moet worden: een komedie moet immers wel grappig zijn. Maarten Pieterse, die samen met Sophie Baltis en Michel den Uijl het productieteam vormde, schreef er in de Frons (27:5) het volgende over:

“De opluchting was groot toen het verlossende woord ‘klaar!’ weergalmde in het anders zo rustige huis. (…) [D]e reden tot blijdschap was immers groot, want een twintig pagina’s tellend script had het licht gezien. Toch zei een stem in mij: ‘Is dit het nou?’ Was dit het resultaat van elkaar ettelijke uren toneelteksten te hebben voorgedragen met droge keel, gloeiend voorhoofd en schrijfkramp omdat met pen of potlood de wijzigingen moesten worden bijgehouden? Het resultaat van uren aan een stuk naar computerschermen gekeken te hebben tot we sterren voor onze ogen zagen dansen? (…) Al dat werk had toch duidelijk een doel gehad en het heeft geresulteerd in een grappig stuk tekst dat een duidelijke plot heeft.”

2010 – Seneca’s Vrouwen van Troje
In de zomer van 2010 vonden de voorstellingen van Vrouwen van Troje plaats: de eerste echte tragedie die de opleiding opvoerde. In het programmaboekje blikte de commissie, Roos Bannenberg, Oscar Fernandez, Rosemarijn Verdenius en Adinda de Vries, terug op de voorgaande maanden.

“Kom op jij laffe koningsmoordenaar, maak het af!”

“Ruim anderhalf jaar geleden tijdens een college Latijn zaten vier tweedejaarsstudenten Klassieke Talen met weemoed terug te denken aan Het Vrouwenfestival, het toneelstuk dat het jaar daarvoor door onze opleiding op de planken was gezet en een groot succes werd. We waren het er meteen over eens: deze traditie moest voortgezet worden, er moest een nieuw toneelstuk komen! na veel brainstormen en inlezen is gekozen voor Seneca’s Troades. Die keuze was zowel een voortzetting van, als een breuk met de toneeltraditie van de opleiding Klassieke Talen: vrijwel altijd werd er in et verleden een Griekse komedie opgevoerd, en wij kozen voor een Latijnse tragedie. Een grote maar spannende uitdaging! (…)

Nu, een kleine twintig maanden na dat bewuste college Latijn, is het eindelijk zover. De toneelgroep van de opleiding Klassieke Talen presenteert u vandaag met grote onze nieuwe voorstelling: Vrouwen van Troje. Het uiteindelijke toneelstuk dat u vandaag zult zien, is in grote mate trouw gebleven aan de woorden en hersenspinsels van Seneca, maar wij hebben er ook bewust voor gekozen er hier en daar een hedendaags tintje aan toe te voegen. Immers, ook vandaag de dag is oorlog nog steeds even verschrikkelijk als ten tijde van de Grieken.”

2012 – Euripides’ Hippolytos
Op 8 en 9 juni vonden uitvoeringen van Euripides’ Hippolytos plaats. Ruim anderhalf jaar eerder waren Berber van der Oord, Guus van Loon, Niels van der Salm en Renske Janssen als commissie met de voorbereidingen van het stuk begonnen. In het programmaboekje van de voorstelling keek Christoph Pieper, de regisseur, terug op het ontstaansproces van het stuk:

Repetitie van de Hippolytos

“Het blijft een uitdaging om een klassiek toneelstuk voor moderne toeschouwers (en dus niet alleen voor vakgenoten) op het toneel te brengen. Aan het begin staat de zoektocht naar raakvlakken met onze eigen tijd, je hebt een eerste idee nodig die als rode draad door het stuk kan leiden. In het geval van de Hippolytos zag ik deze rode draad niet in een van de hoofdpersonages, maar in de figuur van de koorleider. Opeens stelde ik hem me voor als een journalist die met sappige berichten over het koninklijke huis zijn geld verdient. Vanuit deze gedachte ontwikkelden zich alle andere figuren: de voedster als zijn beste informant, Phaidra als slachtoffer van mediahypes (…), Theseus als tirannieke heerser die probeert de pers te censureren…”

De voorstellingen vonden, zoals al jaren het geval was, plaats in het LAK-theater. In 2012 werd besloten dat het LAK-theater zijn deuren moest sluiten. De Hippolytos was een van de laatste voorstellingen die daar gespeeld werden en de aankondiging van het stuk stond dan ook in het allerlaatste, zwart gekleurde programma van het LAK-theater.

2014 – Sophocles’ Elektra
Enkele maanden voor de première van de Hippolytos, werd Sophia Aeterna opgericht. Juist een groot en langdurig project als het organiseren van een toneelvoorstelling paste heel goed onder de verantwoordelijk van de nieuwe studievereniging. Op de eerste ALV op 26 september 2012 werd dan ook de eerste Sophia-toneelcommissie ingeslagen, bestande uit Kaylee Branse, Leonie Henkes, Sanne Boomsma en Renske Jansen. Hoewel de toneelproductie vanaf dit moment onder de verantwoordelijk had van Sophia kwam te liggen, veranderden aan de daadwerkelijk productie maar weinig. In december 2013 werd aangekondigd dat de commissie de Elektra van Sophocles had gekozen om in juni 2014 op te voeren, en al snel boog als vanouds een groot aantal studenten zich over hun eigen stukje Sophocles.

De cast en crew van de Elektra

Niet alles kon echter hetzelfde blijven. Christoph Pieper, die de voorgaande stukken had geregisseerd, had in verband met zijn onderzoek ditmaal geen tijd. Een zoektocht naar een andere regisseur eindigde uiteindelijk bij Remy van Etteger, een vriend van Leonie die een eigen toneelgroep regisseerde. Er moest ook een nieuwe theater gevonden worden: de voormalige theaterzaal van het LAK was inmiddels in een collegezaal veranderd. Geschikte theaters waren er gelukkig genoeg en al snel werd het Imperium Theater op de Oude Vest vastgelegd. Het stuk zelf werd zo klassiek mogelijk neergezet: het script was redelijk trouw aan het oorspronkelijke Grieks en de kleding en het decor waren sterk klassiek georiënteerd. Deze strategie had succes: de zaterdagavondvoorstelling zou uiteindelijk worden uitverkocht, terwijl er nog maar een paar kaartje voor de vrijdagavondvoorstelling over waren en ook de matineevoorstelling op zaterdag goed bezocht was.

2016 – Pseudo-Seneca’s Octavia
In 2015 stond de nieuwe toneelcommissie, gevormd door Alisha Meeder, Bob van Velthoven, Daan Mulder, Erik-Jan Dros en Fleur Wetsema, voor een moeilijke beslissing .Zij wilden iets anders doen dan de voorgaande jaren, maar zouden ze een Latijnse tragedie opvoeren in plaats van een Griekse of juist voor een komedie gaan? Na veel wikken en wegen werd er gekozen voor de eerste. Het uiteindelijke stuk werd gekozen door de regisseur, een taak die dit jaar wederom Christoph Pieper op zich had genomen: het zou de Octavia van pseudo-Seneca worden. De keuze voor de Octavia zorgde ervoor dat er op een geheel andere manier vertaald moest worden dan bij de Elektra het geval was. De Octavia van pseudo-Seneca is een redelijk saai stuk en het was dan ook de taak van de vertalers, commissie en regisseur om zo te vertalen dat er meer vaart en spanning in het stuk zou komen.

Het keizerlijk paar en hun gevolg (van links naar rechts,
van boven naar beneden: Aniek Vink (soldaat), Roöni
Hagendoorn (prefect), Bettina Kavelaars (voedster),
Kirsten Haijes (Poppaea) en Tom Zwanenburg (Nero)

Nadat tijdens de Week van de Klassieken al een korte preview was gegeven in de Tempelzaal van het RMO, vonden op vrijdag 3 en zaterdag 4 juni de daadwerkelijke opvoeringen plaats. Het stuk draait om de gebeurtenissen rondom de scheiding van Nero met Octavia en zijn nieuwe huwelijk met Poppaea, waarbij de keizer niet alleen vervreemd van zijn ex-vrouw, maar ook van zijn mentor Seneca. Het toneelbeeld werd gevormd door twee cirkels: aan de ene kant Octavia’s cirkel van kussens, aan de andere kant de Seneca’s boekencirkel van boeken.

2018 – Sophokles’ Antigone
Hoewel de Octavia een groot succes was, besloot de nieuwe toneelcommissie, bestaande uit Henric Jansen, Hubert Mooiman, Anja Oomis en Benjamin Plomp, toch weer terug te keren naar de Griekse tragedie. Na een kort overleg werd de Antigone van Sophocles gekozen, een tekst die binnen de opleiding regelmatig wordt gelezen. Als regisseur werd Bart Vieveen, dramaturg en rector van het Stedelijk Gymnasium Leiden, aangetrokken en een commissie van tien vertalers ging snel aan de slag met het 1353 verzen tellende drama. Na een grondige redactie door de neerlandicus Dick Dallinga, begonnen in oktober 2017 de repetities. De tot dan toe vierkoppige commissie had inmiddels Kirsten Haijes en Indira Huliselan als extra leden aangetrokken, omdat het aantal van vier commissieleden niet toereikend bleek voor dit grote project, waaraan maar liefst 35 mensen meededen.

De koninklijke familie van Thebe (van links naar rechts: Antigone, Haemon, Kreon en Eurydike)

In de Week van de Klassieken werd op verzoek van Casper de Jonge wederom een preview gegeven in het Rijksmuseum van Oudheden. Twee maanden later werd het stuk driemaal in een tot de nok toe gevuld Theater Ins Blau opgevoerd. Vanuit het publiek begonnen Antigone (Daphne van Abswoude) en Ismene (Marianne Bakker) hun dialoog. Daarna kwam “die enge Kreon” (Tom Zwanenburg) op, die de zes tips voor beginnende managers eerst niet scheen te begrijpen, maar zich later opstelde als autoritaire heerser. Tussendoor zongen de koorleden aanstekelijke liedjes over πολλὰ τὰ δεινά en Liefde die allen overwint. Een hilarische Wachter (Youp Theunisz), een sympathieke Haimon (Frank van den Boom) en een geschifte Teiresias (Thom van Leuveren) kwamen langs, en de tragiek van Kreons noodlot werd versterkt door een emotionele Eurydike (Louise van Dijl), een laconieke bode (Perry Nicolaas) en twee extreem relativerende koorleiders (Iris de Smalen en Roöni Hagendoorn).

Reacties zijn gesloten.